Ondernemers kunnen meer bereiken en zichzelf veel frustratie besparen als ze de overheid anders benaderen, stelt adviseur Ireen Boon. “Je praat Russisch tegen een Chinees als je tegen de overheid alleen over geld praat.”
Ondernemers zijn vaak te laat als beleid wordt gemaakt
Denkt een ondernemer aan de overheid, dan krijgt hij acuut hoofdpijn. Niet nodig, weet auteur Ireen Boon. Met een andere benadering en meer begrip is veel te winnen, schrijft zij in haar binnenkort te verschijnen boek.
Veel ondernemers kijken naar de overheid “alsof er alleen maar idioten werken die niets leuker vinden dan ondernemertje te pesten”, zegt Boon. “Je kunt op elke borrel enorm scoren als je klaagt over de overheid. Dan krijg je heel erg gelijk van iedereen, maar je bereikt er niets mee. Dit boek is een soort aanzet om er daadwerkelijk iets aan te doen. Anders is het alleen maar pathetisch geklaag dat niets oplost, terwijl het relatief makkelijk te verhelpen is.”
Hebben ondernemers onterechte klachten dan, zoals over te veel regels?
“Nee, ik denk dat het een terechte klacht is. Ik denk alleen dat het niet zo productief is om te klagen op de manier zoals dat nu veel gebeurt. Ondernemers zijn gericht op geld verdienen, kansen zien, risico’s nemen. Daar is een overheid niet mee bezig. Als je de overheid aanspreekt op het algemeen belang, op beleid in plaats van geld, gaan de deuren open.”
Welke misverstanden ziet u veel voorbij komen?
“Ondernemers kennen de overheid slechter dan ze denken. In mijn training denkt 60 tot 70 procent dat de burgermeester de baas is van de gemeente, of anders de wethouder. Er wordt massaal geïnvesteerd in contacten met de burgermeester en wethouder, uitgebreid gefêteerd. Dat werkt niet, zo zit een overheid niet in elkaar. Ondernemers doen op goed gevoel zaken met de overheid, maar doen daardoor dingen die je precies niet moet doen als je met de overheid te maken hebt.”
Waar moeten ondernemers dan zijn?
“Zoek eerst uit wie de ambtelijk verantwoordelijke is. Ambtenaren hebben meer macht dan in eerste instantie lijkt. Het komt voor dat mensen de ambtenaar passeren, dat ze zeggen: ‘ik wil met je baas praten’, om erachter te komen dat naast de wethouder diezelfde gepasseerde ambtenaar aan tafel zit die inhoudelijk verantwoordelijk is. Dat is een flinke afgang en het leidt tot onnodige wrijving. Investeer in de contacten met de ambtenaar, niet met de burgermeester. Niet met VIP-kaarten voor Ajax, maar met een bedrijfsbezoek. Bied je aan als doelgroep. Begrijp me niet verkeerd, het is goed de lokale bestuurders te kennen, maar hang er geen andere dingen aan op.”
Wat valt er te winnen met meer begrip?
“Alleen al aan hoofdpijn valt er een hoop op te lossen. Het is natuurlijk heel vervelend als je het gevoel hebt dat de overheid je dwars zit. Dat je het gevoel hebt dat je alleen maar te maken hebt met mafkezen, aan wie je overgeleverd bent. Die je zelf betaalt via je belastingen. Daarnaast krijg je meer grip op je bedrijfsomgeving, zoals je vergunningen, en op de kansen die je als bedrijf hebt om geld te verdienen aan de overheid. Het is de bedoeling dat je straks meer geld verdient dan betaalt aan de overheid, als je eenmaal weet hoe het werkt.”
Wat moeten ondernemers anders doen?
“Neem aanbestedingen. Ondernemers hebben meer materiedeskundigheid dan inkopers. Altijd. Maar vaak realiseren zij zich niet dat gemeenten op hun kennis zitten te wachten. Degene die vandaag een snelweg inkoopt, koopt morgen koffie en overmorgen leerlingenvervoer. Die inkoper kan onmogelijk verstand van alles hebben, maar is wel gebaat bij een goed geformuleerde opdracht. Die is heel blij als iemand wil meedenken hoe de overheid z’n beleid kan vormgeven. De ervaring is nu vaak dat ondernemers nul op het rekest krijgen, omdat de binnenkomer onhandig is. Als je binnenkomt met: ‘Luister, dat kan zo 20.000 euro goedkoper, kun je leuke dingen voor doen’, sta je meteen weer buiten en kom je er niet meer in. Terwijl dat wel een primaire reactie is van een ondernemer; die ziet kansen. Als je in staat bent op een andere manier te communiceren, kijkt naar beleid, naar mogelijkheden voor een gemeente om bijvoorbeeld aan een social return-verplichting te voldoen via leerling-werkplekken, gaan de deuren wagenwijd open.”
Hoe kunnen ondernemers wel binnenkomen?
“Dat verschilt per situatie. Een onderhoudscontract bijvoorbeeld loopt vier jaar. Als dat onlangs aan een ander is gegund, weet je dat over drie jaar weer wordt nagedacht over een nieuwe aanbesteding. Daar kun je een kalender van maken die valt onder het kopje ‘huiswerk maken’. Het voordeel van de overheid is ook dat alles wat je moet weten openbaar is. Dan kun je in een vroeg stadium degene aanspreken die verantwoordelijk is voor het maken van een aanbesteding. En kun je je expertise aanbieden. Je hoeft niet geheimzinnig te doen dat je geld wilt verdienen, daar ben je ondernemer voor. Er is niets mis mee, zolang je duidelijk maakt dat je goed begrijpt hoe de verantwoordelijkheden liggen. Dat je niet daarna kunt eisen dat je de opdracht gegund krijgt. Gemeenten zijn blij met je input, de beste onderbouwing van een opdracht is namelijk dat met marktpartijen is gesproken. Niet met één, maar met drie of vijf. Daarmee kun jij ervoor zorgen dat de opdracht zo is geformuleerd dat je kunt inschrijven op de opdracht.”
Waar lopen ondernemers nog meer tegenaan?
“Ondernemers zijn nu vaak te laat als beleid wordt gemaakt. Je gaat pas iets vinden van beleid als het in de echte wereld zichtbaar en voelbaar wordt. Vaak zijn daar jaren aan vooraf gegaan met inspraakavonden waar geen mens komt. De overheid communiceert steeds beter, maar nog steeds lees je de taal van de overheid niet voor je lol. Niemand. Ik ook niet en een ondernemer al helemaal niet. Je vermijdt het liever. Als een ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd is, heb jij het recht er iets van te vinden. Doe je dat niet, dan sta je voor altijd buiten spel. Dat vraagt een soort tegennatuurlijke inspanning om wél al die aankondigingen te lezen en wél naar inspraakavonden te gaan. Doe dat, er valt veel te halen. Bovendien, als je dat eenmaal doet, wordt het snel beter. Je begrijpt hoe die stukken zijn opgebouwd en ondernemers voelen zich gehoord. Dat is de andere kant: als je dan naar zo’n inspraakavond gaat zijn ze alleen maar ontzettend blij met een burger die iets komt vinden.”
**Nog een tip: nu druppelen de collegeakkoorden binnen, dat moet allemaal worden omgezet in beleid. Je kunt je aanbieden als doelgroep: je bent burger, ondernemer, gebruiker van een bedrijventerrein. Je kunt aanbieden om mee te denken, zorg dat je aan tafel zit, meeschrijft aan de stukken. Als jij een wandelende beleidsdoelstelling bent geworden, heb je het voor de komende vier jaar goed gedaan.”
‘De overheid als klant’. Uitgever: BIM Media. Op 20 mei neemt Maxime Verhagen het eerste exemplaar in ontvangst.
Auteur Ireen Boon: “Ga naar inspraakavonden en lees de aankondigingen. Er valt veel te halen.” Foto: Ruud Jonkers
Ondernemers kunnen meer bereiken en zichzelf veel frustratie besparen als ze de overheid anders benaderen, stelt adviseur Ireen Boon. “Je praat Russisch tegen een Chinees als je tegen de overheid alleen over geld praat.”
CV Ireen Boon
- 2009-heden: Eigenaar Trias politica Advies, adviseur Public Affairs
- 2004-2009: MKB-Nederland, secretaris aanbesteden en regiomanager
- 2001-2004: Verslaggever televisieprogramma Breekijzer
- Opleiding: Doctoraal Internationale Betrekkingen, RUG
- Master Staats- en Bestuursrecht, UvA



